Bepalende relatieve bijzinnen

Zoals de naam al veronderstelt, geven bepalende relatieve bijzinnen essentiële informatie om de persoon of voorwerp waar we het over hebben te definiëren of te identificeren. Bijvoorbeeld de zin: Dogs that like cats are very unusual. In deze zin begrijpen we dat er veel honden in de wereld zijn, maar we hebben het hier alleen maar over die honden die van katten houden. De bepalende relatieve bijzin geeft ons die informatie. Als de bepalende relatieve bijzin uit de zin gehaald zou worden, zou de zin grammaticaal nog steeds juist zijn, maar de betekenis ervan zou aanzienlijk veranderen.

Bepalende relatieve bijzinnen bestaan uit een relatief voornaamwoord (soms weggelaten), een werkwoord en mogelijk andere elementen, zoals het onderwerp van het werkwoord. Komma's worden niet gebruikt om bepalende relatieve bijzinnen van de rest van de zin te scheiden. Komma's of haakjes worden gebruikt om niet-bepalende relatieve bijzinnen van de rest van de zin te scheiden.

Voorbeelden
  • Children who hate chocolate are uncommon.
  • They live in a house whose roof is full of holes.
  • An elephant is an animal that lives in hot countries.
  • Let's go to a country where the sun always shines.
  • The reason why I came here today is not important.

Relatieve voornaamwoorden

De volgende relatieve voornaamwoorden worden gebruikt bij bepalende relatieve bijzinnen. Deze relatieve voornaamwoorden staan aan het begin van de bepalende relatieve bijzin en verwijzen naar een zelfstandig naamwoord dat eerder in de zin staat.

  Persoon Voorwerp Plaats Tijd Reden
Onderwerp who/that which/that      
Voorwerp who/whom/that which/that where when why
Bezittelijk whose whose      
Vervangen met "that" in gesproken Engels

De voornaamworden who, whom en which worden vaak vervangen door that in gesprokenEnglish. Whom is zeer formeel en wordt alleen in geschreven Engels gesproken. Je kunt who of that in plaats daarvan gebruiken, of het voornaamwoord geheel weglaten. In de onderstaande voorbeelden wordt het algemene gebruik gegeven met de bepalende relatieve bijzin gemarkeerd. Het voornaamwoord dat gebruikt zou worden in formeler geschreven Engels in plaats van that wordt tussen haakjes aangegeven.

Voorbeelden
  • The dish that I ordered was delicious. (which)
  • The man that came with her has already left. (who)
  • The doctor that I was hoping to see wasn't on duty. (whom)
Het relatieve voornaamwoord toevoegen of weglaten

Het relatieve voornaamwoord kan alleen weggelaten worden als het het voorwerp van de bijzin is. Als het relatieve bijwoord het onderwerp van de bijzin is, kan het niet worden weggelaten. Normaal gesproken kun je zien of een relatief voornaamwoord het onderwerp van de bijzin is omdat het gevolgd wordt door een ander voorwerp + werkwoord. Zie hieronder, in de eerste zin kan het relatieve voornaamwoord weggelaten worden, omdat het het voorwerp is van de relatieve bijzin. ("the woman spoke"). In de tweede zin, kan het bijwoord weggelaten worden omdat "the woman" het voorwerp is van het werkwoord "loved".

Zelfstandig naamwoord, onderwerp van de hoofdbijzin Relatief voornaamwoord Werkwoord + rest van relatieve bijzin Werkwoord + rest van hoofdbijzin
The woman that spoke at the meeting was very knowledgeable.
The woman (that) the man loved was living in New York.
Overig gebruik van "that"

'That' wordt vaak gebruikt om de bepalende relatieve bijzinnen te introduceren, als deze volgen op de woorden something, anything, everything, nothing, all of een overtreffing. Het kan weggelaten worden als het niet het onderwerp is van de bijzin.

Voorbeelden
  • There's something (that) you should know.
  • It was the best film (that) I've ever seen.
  • Do you have anything that will help my throat?
  • Everything (that) you say seems silly to me.
  • Nothing (that) anyone does can replace my lost bag.
  • I'm sorry, but that is all (that) I saw.