Bijwoorden van tijd

Bijwoorden van tijd duiden aan wanneer een handeling plaatsvindt, maar ook hoe lang deze duurt of hoe vaak hij voorkomt.

Bijwoorden die ons vertellen wanneer iets gebeurt

Bijwoorden die ons vertellen wanneer iets gebeurt worden gewoonlijk aan het eind van een zin geplaast.

Voorbeelden
  • Goldilocks went to the Bears' house yesterday.
  • I'm going to tidy my room tomorrow.
  • I saw Sally today.
  • I will call you later.
  • I have to leave now.
  • I saw that movie last year.

Een bijwoord dat ons vertelt wanneer iets gebeurt staat aan het eind van een zin op een neutrale plaats. Deze bijwoorden kunnen echter ook op een andere plek gezet worden om een andere nadruk te geven. Alle bijwoorden die ons vertellen wanneer iets gebeurt kunnen aan het begin van de zin geplaatst worden om het element van tijd te benadrukken. Sommige ervan kunnen ook voor het hoofdwerkwoord geplaatst worden in formeel schrijven, maar bij andere is dat niet mogelijk.

Voorbeelden
  • Later Goldilocks ate some porridge. (de tijd is belangrijk)
  • Goldilocks later ate some porridge. (dit is meer formeel, bijvoorbeeld in een politierapport)
  • Goldilocks ate some porridge later. (dit is neutral, geen bijzondere nadruk)

Bijwoorden die ons vertellen hoe lang iets duurt

Bijwoorden die ons vertellen hoe lang iets duurt, worden gewoonlijk aan het eind van een zin geplaatst.

Voorbeelden
  • She stayed in the Bears' house all day.
  • My mother lived in France for a year.
  • I have been going to this school since 1996.

In deze bijwoordelijke uitdrukkingen die aanduiden hoe lang iets duurt, wordt for altijd gevolgd door een uitdrukking van tijdsduur, terwijl since altijd gevolgd wordt door een tijdstip.

Voorbeelden
  • I stayed in Switzerland for three days.
  • I am going on vacation for a week.
  • I have been riding horses for several years.
  • The French monarchy lasted for several centuries.
  • I have not seen you since Monday.
  • Jim has been working here since 1997.
  • There has not been a more exciting discovery since last century.

Bijwoorden die ons vertellen hoe vaak iets gebeurt

Bijwoorden die ons vertellen hoe vaak iets gebeurt, drukken de frequentie van een handeling uit. Ze worden gewoonlijk voor het hoofdwerkwoord geplaatst, maar na hulpwerkwoorden (zoals be, have, may, must). De enige uitzondering is bij het hoofdwerkwoord "to be". In dat geval komt het bijwoord na het hoofdwerkwoord.

Voorbeelden
  • I often eat vegetarian food.
  • He never drinks milk.
  • You must always fasten your seat belt.
  • I am seldom late.
  • He rarely lies.

Veel bijwoorden die frequentie uitdrukken kunnen ook zowel aan het begin of aan het eind van de zin geplaatst worden, maar niet allemaal. Als ze op deze andere plaatsen gezet worden, krijgt het bijwoord een veel sterkere betekenis.

Bijwoord dat op twee plaatsen gezet kan worden Sterkere positie Zwakkere positie
frequently I visit France frequently. I frequently visit France.
generally Generally, I don't like spicy foods. I generally don't like spicy foods.
normally I listen to classical music normally. I normally listen to classical music.
occasionally I go to the opera occasionally. I occasionally go to the opera.
often Often, I jog in the morning. I often jog in the morning.
regularly I come to this museum regularly. I regularly come to this museum.
sometimes I get up very early sometimes. I sometimes get up very early.
usually I enjoy being with children usually. I usually enjoy being with children.

Enkele andere bijwoorden die ons vertellen hoe vaak iets gebeurt drukken het exact aantal keren uit dat een handeling plaatsvindt of plaatsvond. Deze bijwoorden worden gewoonijk aan het eind van de zin geplaatst.

Voorbeelden
  • This magazine is published monthly.
  • He visits his mother once a week.
  • I work five days a week.
  • I saw the movie seven times.

Het gebruik van Yet

Yet wordt gebruikt in vragen en in negatieve zinnen om aan te geven dat iets nog niet of misschien nog niet gebeurd is, maar wel verwacht wordt. Het wordt aan het eind van de zin geplaatst of na not.

Voorbeelden
  • Have you finished your work yet? (= eenvoudig verzoek om informatie)
  • No, not yet. (= eenvoudig negatief antwoord)
  • They haven't met him yet. (= eenvoudige negatieve verklaring)
  • Haven't you finished yet? (= drukt verbazing uit)

Het gebruik van Still

Still drukt continuïteit uit. In positieve zinnen wordt het voor het hoofdwerkwoord geplaatst en na hulpwerkwoorden zoals be, have, might, will. Als het hoofdwerkwoord to be is, wordt still daar eerder voor geplaatst dan erna. In vragen komt still voor het hoofdwerkwoord.

Voorbeelden
  • She is still waiting for you.
  • Jim might still want some.
  • Do you still work for the BBC?
  • Are you still here?
  • I am still hungry.

Andere bijwoorden van tijd

Als je meer dan een bijwoord van tijd in een zin moet gebruiken, houd dan deze volgorde aan:

1: hoe lang 2: hoe vaak 3: wanneer

Voorbeelden
  • 1 + 2 : I work (1) for five hours (2) every day
  • 2 + 3 : The magazine was published (2) weekly (3) last year.
  • 1 + 3 : I was abroad (1) for two months (3) last year.
  • 1 + 2 + 3 : She worked in a hospital (1) for two days (2) every week (3) last year.