Zienswijze over hoeveelheden

De hoeveelheidswoorden few en a few en little en a little lijken bijna identiek, maar in werkelijkheid verschillen ze behoorlijk. Deze uitdrukkingen geven aan of de spreker de hoeveelheid waar hij naar verwijst als positief of als negatief beschouwt.

Positieve zienswijze

A few (voor telbare zelfstandig naamwoorden) en a little (voor ontelbare zelfstandig naamwoorden) beschrijven de hoeveelheid op een positieve manier. Ze geven aan dat, hoewel de spreker misschien niet veel heeft, hij toch voldoende heeft.

Voorbeelden
  • I've got a few friends. = Ik heb genoeg vrienden.
  • I have a few flowers in my garden. = Ik heb genoeg bloemen.
  • I've got a little money. = Ik heb genoeg geld.
  • I have a little free time on Thursdays. = Ik heb genoeg vrije tijd.
Negatieve zienswijze

Few (voor telbare zelfstandige naamwoorden) en little (voor ontelbare zelfstandig naamwoorden) beschrijven de hoeveelheid op een negatieve manier. Ze kunnen zelfs een totaal ontbreken van het zelfstandig naamwoord aanduiden, maar geven dat op een beleefdere manier aan.

Voorbeelden
  • Few people visited him in hospital. = Hij had bijna geen bezoekers, of misschien wel helemaal geen bezoekers.
  • I've seen few birds around here. = Er zijn bijna geen vogels, of misschien wel helemaal geen vogels
  • He had little money for treats. = Hij had bijna geen geld, of misschien wel helemaal geen geld
  • I have little time for TV = Ik heb bijna geen tijd voor tv, of misschien wel helemaal niet