Onbepaalde voornaamwoorden

Onbepaalde voornaamwoorden verwijzen niet naar een specifieke persoon, plaats of voorwerp. In het Engels is er een bepaalde groep onbepaalde voornaamwoorden met een bepalend woord of distributief voorafgegaan door any, some, every enno.

  Persoon Plaats Voorwerp
All everyone
everybody
everywhere everything
Part (positive) someone
somebody
somewhere something
Part (negative) anyone
anybody
anywhere anything
None no one
nobody
nowhere nothing

Onbepaalde voornaamwoorden met  some and any worden gebruikt om onbepaalde en onvolledige eigenschappen te beschrijven op dezelfde manier dat some and any alleen gebruikt wordt.

Onbepaalde voornaamwoorden worden op dezelfde plek neergezet als waar het zelfstandig naamwoord in die zin zou komen te staan.

Zelfstandig naamwoord Onbepaald voornaamwoord
I would like to go to Paris this summer. I would like to go somewhere this summer.
Jim gave me this book. Someone gave me this book.
I won't tell your secret to Sam. I won't tell your secret to anyone.
I bought my school supplies at the mall. I bought everything at the mall.

Bevestigend

In bevestigende zinnen worden onbepaalde voornaamwoorden die gebruik maken van some worden gebruikt om een onbepaalde hoeveelheid te beschrijven, de onbepaalde voornaamwoorden met every worden gebruikt om een volledige eigenschap te beschrijven en de voornaamwoorden met no worden gebruikt om een afwezigheid te beschrijven. Onbepaalde voornamen met no worden vaak gebruikt in bevestigende zinnen met een ontkennende betekenis, maar dit zijn toch geen ontkennende zinnen omdat het woord not ontbreekt.

Voorbeelden
 
  • Everyone is sleeping in my bed.
  • Someone is sleeping in my bed.
  • No one is sleeping in my bed.
  • I gave everything to Sally.
  • He saw something in the garden.
  • There is nothing to eat.
  • I looked everywhere for my keys.
  • Keith is looking for somewhere to live.
  • There is nowhere as beautiful as Paris.

Any en de onbepaalde voornaamwoorden die daarmee gevormd worden kunnen ook gebruikt worden in bevestigende zinnen met een betekenis die lijkt op every: whichever person, whichever place, whichever thing, etc.

Voorbeelden
  • They can choose anything from the menu.
  • You may invite anybody you want to your birthday party.
  • We can go anywhere you'd like this summer.
  • He would give anything to get into Oxford.
  • Fido would follow you anywhere.

Ontkennende zinnen

Ontkennende zinnen kunnen alleen gevormd worden met de onbepaalde voornaamwoorden die bestaan uit any.

Voorbeelden
  • I don't have anything to eat.
  • She didn't go anywhere last week.
  • I can't find anyone to come with me.

Veel ontkennende zinnen die een onbepaald voornaamwoord bevatten met any kunnen omgezet worden in bevestigende zinnen met een ontkennende betekenis door gebruik te maken van een onbepaald voornaamwoord met no. Er is echter een verandering in betekenis met deze transformatie: de zin die een onbepaald voornaamwoord bevat met no is sterker en kan emotionele inhoud impliceren, zoals een defensieve houding, hopeloosheid, woede enz.

Voorbeelden
  • I don't know anything about it. = neutral
  • I know nothing about it. = defensive
  • I don't have anybody to talk to. = neutral
  • I have nobody to talk to. = hopeless
  • There wasn't anything we could do. = neutral
  • There was nothing we could do. = defensive/angry

Ontkennende vragen

Onbepaalde voornaamwoorden met with every, some en any kunnen gebruikt worden om ontkennende vragen te vormen. Deze vragen kunnen gewoonlijk beantwoorden worden met "ja" of "nee"

Voornaamwoorden met anyenevery worden gebruikt om echte vragen te vormen, terwijl die met some over het algemeen een vraag impliceren waarop we het antwoord al weten of dit vermoeden.

Voorbeelden
  • Is there anything to eat?
  • Did you go anywhere last night?
  • Is everyone here?
  • Have you looked everywhere?

Deze vragen kunnen worden omgezet in valse of retorische vragen door ze ontkennend te maken. Als de spreker een dergelijke vraag stelt verwacht hij het antwoord "nee".

Voorbeelden
  • Isn't there anything to eat?
  • Didn't you go anywhere last night?
  • Isn't everyone here?
  • Haven't you looked everywhere?

Some en voornaamwoorden die daarmee gevormd worden, worden alleen gebruikt in vragen waarvan we denken dat we het antwoord al weten, of vragen die geen echte vragen zijn (uitnodigingen, verzoeken, enz.) De persoon die deze vragen stelt verwacht een antwoord als "Ja".

Voorbeelden
  • Are you looking for someone?
  • Have you lost something?
  • Are you going somewhere?
  • Could somebody help me, please? = request
  • Would you like to go somewhere this weekend? = invitation

Deze vragen kunnen zelfs nog bepalender worden gemaakt als ze ontkennend gemaakt worden. In dit geval is de spreker er absoluut zeker van dat hij het antwoord "Ja" zal krijgen.

Voorbeelden
  • Aren't you looking for someone?
  • Haven't you lost something?
  • Aren't you going somewhere?
  • Couldn't somebody help me, please?
  • Wouldn't you like to go somewhere this weekend?