Present Perfect

Het vormen van de Present Perfect

De present perfect van een werkwoord bestaat uit twee elementen: de juiste vorm van het hulpwerkwoord to have (present tense) plus het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord. Het voltooid deelwoord van een regelmatig werkwoord is stam+ed, bijv. played, arrived, looked. Raadpleeg voor onregelmatige werkwoorden het Tabel onregelmatige werkwoorden in de sectie 'Werkwoorden'.

Bevestigend
Onderwerp to have voltooid deelwoord
She has visited.
Ontkennend
Onderwerp to have + not voltooid deelwoord
She has not (hasn't) visited.
Vragend
to have onderwerp voltooid deelwoord
Has she visited?
Ontkennend vragend
to have + not onderwerp voltooid deelwoord
Hasn't she visited?
To Walk, present perfect
Bevestigend Ontkennend Vragend
I have walked I haven't walked Have I walked?
You have walked You haven't walked. Have you walked?
He, she, it has walked He, she, hasn't walked Has he, she, it walked?
We have walked We haven't walked Have we walked?
You have walked You haven't walked Have you walked?
They have walked They haven't walked Have they walked?

Functies van de Present perfect

De Present Perfect wordt gebruikt om een koppeling aan te geven tussen het heden en het verleden. De tijd van de handeling is voor het heden, maar niet nader aangegeven en meestal zijn we meer geïnteresseerd in het resultaat dan in de handeling zelf.

PAS OP! Er is mogelijk een werkwoordstijd in jouw taal met een vergelijkbare vorm, maar de betekenis ervan is waarschijnlijk NIET hetzelfde.
De Present Perfect wordt gebruikt om het volgende te beschrijven:
  • Een handeling of situatie die in het verleden begonnen is en doorgaat in het heden. I have lived in Bristol since 1984 (= en ik woon er nog steeds.)
  • Een handeling die plaatsvond tijdens een periode die nog niet afgelopen is. She has been to the cinema twice this week (= en de week is nog niet voorbij.)
  • Een herhaalde handeling in een niet nader gespecificeerde periode tussen het verleden en nu. We have visited Portugal several times.
  • Een handeling die in een zeer recent verleden voltooid is, uitgedrukt door 'just'. I have just finished my work.
  • Een handeling waarvan de tijd niet belangrijk is. He has read 'War and Peace'. (= het resultaat van het lezen is wat belangrijk is)

Let op: Wanneer we details over wanneer, waar en wie willen geven of vragen, gebruiken we de simple past. Meer informatie over kiezen tussen de present perfect en de simple past tenses.

Handelingen die in het verleden begonnen zijn en doorgaan in het heden
  • They haven't lived here for years.
  • She has worked in the bank for five years.
  • We have had the same car for ten years.
  • Have you played the piano since you were a child?
Als de tijdsperiode in kwestie nog niet afgelopen is
  • I have worked hard this week.
  • It has rained a lot this year.
  • We haven't seen her today.
Handelingen die in een niet nader aangegeven periode tussen het heden en nu herhaald worden.
  • They have seen that film six times
  • It has happened several times already.
  • She has visited them frequently.
  • We have eaten at that restaurant many times.
Voltooide handelingen in het zeer recente verleden (+just)
  • Have you just finished work?
  • I have just eaten.
  • We have just seen her.
  • Has he just left?
Wanneer de exacte tijd van de handeling niet belangrijk of niet bekend is
  • Someone has eaten my soup!
  • Have you seen 'Gone with the Wind'?
  • She's studied Japanese, Russian, and English.

Meer informatie over het gebruik van de present perfect met de woorden "ever", "never", "already" en "yet", en over het gebruik van de present perfect met de woorden "for" en "since".