Toekomst | Engelse grammatica | EF

Toekomst

Er zijn een aantal verschillende manieren om naar de toekomst te verwijzen in het Engels. Het is belangrijk te onthouden dat we meer uitdrukken dan alleen de tijd van de handeling of gebeurtenis. Natuurlijk verwijst elke 'toekomstige' tijd altijd naar een tijd 'later dan nu', maar het kan ook onze houding ten opzichte van een toekomstig evenement uitdrukken.

Alle volgende ideeën kunnen uitgedrukt worden met behulp van verschillende tijden:

  • Simpele voorspelling: There will be snow in many areas tomorrow.
  • Afspraken: I'm meeting Jim at the airport.
  • Plannen en bedoelingen: We're going to spend the summer abroad.
  • Tijdsgebonden evenementen: The plane takes off at 3 a.m.
  • Voorspelling op basis van bewijs: I think it's going to rain!
  • Bereidheid: We'll give you a lift to the cinema.
  • Een handeling in proces in de toekomst: This time next week I'll be sun-bathing.
  • Handelingen of gebeurtenissen die een routinezaak zijn: You'll be seeing John in the office tomorrow, won't you?
  • Verplichting: You are to travel directly to London.
  • Een handeling of gebeurtenis die onmiddellijk of zeer binnenkort zal plaatsvinden: The train is about to leave.
  • Onszelf naar de toekomst projecten en terugkijken op een voltooide handeling: A month from now he will have finished all his exams.

Uit deze voorbeelden blijkt duidelijk dat er verschillende tijden gebruikt worden om de toekomst uit te drukken. De toekomstige tijd sectie laat de vorm en functie van elk van deze soorten gebruik van de toekomstige tijden zien.

Er zijn vier toekomstige tijden in het Engels.

Er zijn ook verschillende manieren om over te toekomst te praten zonder een werkwoord in de toekomende tijd te gebruiken.